Naar de inhoud
Superota, naar de homepage
Kies je taal: NL

Het oproepcontract zonder vaste uren blijft na 1 januari 2028 alleen over voor jongeren onder de 18, scholieren, studenten en AOW-gerechtigden die gemiddeld hooguit 16 uur per week werken. Met alle andere oproepkrachten spreek je een minimum en een maximum aantal uren af, per periode van hooguit een kwartaal. Het maximum ligt hooguit 30 procent boven het minimum. Een lopend oproepcontract buiten die groep wordt op die dag vanzelf een bandbreedtecontract, met als minimum het gemiddelde van de twaalf maanden ervoor.

Wanneer verdwijnt het nulurencontract?

Op 1 januari 2028. De Tweede Kamer nam de Wet meer zekerheid flexwerkers op 12 mei 2026 aan, de Eerste Kamer op 7 juli 2026 (wetsvoorstel 36746). De wet staat in Staatsblad 2026, 205. Het inwerkingtredingsbesluit zet de regels voor oproepwerk en tijdelijke contracten op 1 januari 2028.

Het seizoen 2027 draai je dus nog met de huidige regels. Dat seizoen telt wel mee: de uren die een oproepkracht in 2027 werkt, bepalen straks zijn minimum.

Wat is een bandbreedtecontract?

Een arbeidscontract met een minimum aantal uren groter dan nul en een maximum, per periode van hooguit een kwartaal. Het maximum is ten hoogste 130 procent van het minimum (artikel 7:628ab BW in de wettekst). De Rijksoverheid rekent het voor: bij een minimum van 10 uur is het maximum 13 uur.

Het minimum is het aantal uren dat de medewerker standaard betaald krijgt en ingeroosterd wordt. De wet koppelt het aan elke periode in het contract, dus ook aan de stille maanden. Voor een school of studio met een seizoen is dat de kern: een bandbreedtecontract dat het hele jaar doorloopt, kost je in januari net zo goed het minimum als in juli.

In de schriftelijke opgave aan de medewerker zet je dat het om een bandbreedtecontract gaat en op welke dagen en uren je hem kunt oproepen, voor hooguit het maximum aantal uren (artikel 7:655 lid 1 onder o). Buiten die dagen en uren hoeft hij niet te werken. Een gat van drie uur of korter tussen twee van die blokken telt mee als tijd waarop je hem kunt oproepen. Ook op de loonstrook staat dat het een bandbreedtecontract is (artikel 7:626).

Hoe lang van tevoren moet je een oproepkracht oproepen?

Minstens vier dagen, schriftelijk of elektronisch. Als je later oproept, hoeft de medewerker niet te komen. Als je binnen vier dagen voor de start de tijden wijzigt of de oproep intrekt, heeft hij recht op het loon van die oproep (artikel 7:628ab lid 2). Een cao kan de vier dagen verkorten tot 24 uur.

De drie-uursregel blijft. Als de werktijden niet vastliggen, betaal je voor elke periode van minder dan drie uur werk het loon van drie uur.

Wat als een medewerker structureel meer uren werkt?

Na twaalf maanden doe je hem binnen een maand schriftelijk of elektronisch een aanbod voor een vast aantal uren. Dat aantal is minstens het gemiddelde dat hij in die twaalf maanden werkte. Het gaat uiterlijk twee maanden na die twaalf maanden in en de medewerker heeft een maand om het aan te nemen. Contracten met tussenpozen van hooguit 36 maanden tellen samen (artikel 7:628ab lid 5).

Dat aanbod komt elke keer terug als het contract weer twaalf maanden verder is. Zolang je het niet doet, heeft de medewerker recht op loon over dat gemiddelde (lid 9).

Mogen scholieren en studenten op oproepbasis blijven werken?

Ja, als ze gemiddeld hooguit 16 uur per week voor je werken. De uitzondering in artikel 7:628ac geldt voor vier groepen:

  • jongeren onder de 18;
  • scholieren, zolang ze ingeschreven staan;
  • studenten in het mbo, het hbo of aan de universiteit, zolang ze ingeschreven staan;
  • wie de AOW-leeftijd heeft bereikt.

Met hen mag je schriftelijk afspreken dat er geen vast aantal uren is. De regels voor de oproep gelden wel: vier dagen vooruit, loon bij intrekken binnen vier dagen, de drie-uursregel en het aanbod na twaalf maanden (artikel 7:628a lid 2). Alleen met deze groep mag je voor de eerste zes maanden schriftelijk afwijken van de plicht om loon door te betalen als er geen werk is.

Als een student stopt met zijn opleiding of gemiddeld meer dan 16 uur gaat werken, wordt zijn contract vanaf dat moment een bandbreedtecontract. Het minimum is dan het gemiddelde van de twaalf maanden ervoor (artikel 7:628ac lid 10).

Wat verandert er voor seizoenskrachten die elk jaar terugkomen?

Na drie tijdelijke contracten moet er straks drie jaar tussen zitten voordat je iemand weer tijdelijk aanneemt. Nu is dat zes maanden (artikel 7:668a). Een seizoenskracht die elk voorjaar terugkomt op een tijdelijk contract, bouwt zo een keten op. De winter ertussen telt dan niet meer als onderbreking.

Drie dingen geven ruimte:

  • Voor scholieren en studenten die gemiddeld hooguit 16 uur per week werken, blijft de tussenpoos zes maanden (artikel 7:668a lid 11).
  • Tijdelijke contracten die je vóór 1 januari 2028 sluit, vallen nog onder de oude regels (artikel 228 lid 4 Overgangswet nieuw BW).
  • Bij functies die door het klimaat of de natuur hooguit negen maanden per jaar kunnen, mag een cao de oproeptermijn van vier dagen en het aanbod na twaalf maanden laten vervallen (artikel 7:628ab lid 10). De Eerste Kamer schrijft in haar samenvatting dat er voor seizoenswerk en bijbanen uitzonderingen mogelijk blijven. Kijk dus of er een cao voor je bedrijf geldt en wat erin staat.

Wat gebeurt er met je huidige oproepcontracten?

Op 1 januari 2028 wordt elk lopend oproepcontract vanzelf een bandbreedtecontract (artikel 228 Overgangswet nieuw BW). Dat geldt niet voor medewerkers die op die dag onder de uitzondering voor jongeren, scholieren, studenten en AOW-gerechtigden vallen. Een contract met een minimum en maximum dat al aan de nieuwe regels voldoet, blijft zoals het is.

Het minimum wordt het gemiddelde van de uren die de medewerker in de twaalf maanden voor 1 januari 2028 werkte. Contracten met tussenpozen van hooguit zes maanden tellen voor die twaalf maanden samen. Als het contract korter liep, kijk je naar het gemiddelde over de oorspronkelijk afgesproken resterende duur. Het eerste aanbod voor een vast aantal uren doe je twaalf maanden later, in januari 2029.

Hoe plan je je seizoen vanaf 2028?

Kies per medewerker de vorm die bij zijn werk past. De wet biedt er vier:

Vorm Past bij Let op
Tijdelijk contract voor het seizoen, met een minimum en maximum instructeur of docent die van april tot oktober werkt het minimum geldt in elke periode van het contract; elk seizoenscontract telt mee in de keten
Vast aantal uren per jaar, met het loon gelijk over de maanden verdeeld medewerker die blijft en vooral in de zomer werkt hij heeft steeds minstens een kwartaal vooruit zekerheid over wanneer hij beschikbaar moet zijn (artikel 7:628aa lid 2)
Oproepcontract binnen de uitzondering scholier, student, jongere of AOW-gerechtigde tot gemiddeld 16 uur per week vier dagen vooruit, drie-uursregel, aanbod na twaalf maanden
Bandbreedtecontract dat doorloopt vaste kern die ook buiten het seizoen werk heeft het minimum loopt door in de stille maanden

Zo bereid je het voor:

  1. Houd in 2027 per oproepkracht de gewerkte uren per maand bij. Dat gemiddelde wordt op 1 januari 2028 zijn minimum.
  2. Zet op een rij wie onder de uitzondering valt: leeftijd, inschrijving als scholier of student, AOW-leeftijd en gemiddeld hooguit 16 uur per week.
  3. Kies per medewerker een vorm uit de tabel en spreek de dagen en uren af waarop je hem kunt oproepen.
  4. Plan elk kwartaal tussen het minimum en het maximum en publiceer het rooster minstens vier dagen vooruit, liefst voor het hele seizoen.
  5. Zet het aanbod na twaalf maanden in je agenda, voor overgegane contracten voor het eerst in januari 2029.

Deze blog vat de wettekst samen. Leidend is de tekst in het Staatsblad. Leg je nieuwe contracten voor aan je loonadministratie of je brancheorganisatie.

Rooster en uren in Superota

Het minimum en maximum uit elk contract leg je vast in het contract zelf en bij je loonadministratie. Superota laat zien wat er gepland en gewerkt is: de basis voor het minimum, het aanbod na twaalf maanden en de oproeptermijn.

Per medewerker leg je vast of hij voltijd, deeltijd of op oproepbasis werkt. Het inzetvoorstel in de seizoensplanning kijkt onder meer naar wie voltijd werkt en wie in de zeven dagen ervoor minder lesuren had. Medewerkers melden verlof zelf in de personeelsapp, minstens 7 dagen vooruit.

Elke wijziging in tijd, plek of inzet staat meteen als update in de app van de medewerker, met de oude en de nieuwe waarde. Op zijn pagina zie je per update wanneer die klaarstond en wanneer hij hem opende. Zo weet je hoeveel dagen voor de les een wijziging bij hem was.

Met de extra Uren en loonexport maak je uit het rooster een urenregel per lesdag van elke inzet. Werk buiten de lessen om, zoals een middag materiaal klaarzetten, voeg je toe als losse regel. Filter daarna op een medewerker en een periode van twaalf maanden en download de CSV: dat zijn de gewerkte uren waarop je het gemiddelde baseert. Het maandoverzicht in Excel geeft per medewerker de lesdagen en de totale uren van de maand.

Begin in januari 2027 met dat maandoverzicht per oproepkracht. Op 1 januari 2028 ligt het minimum van elk contract dat overgaat dan al klaar en praten jij en je medewerkers over dezelfde cijfers.

Vragen en antwoorden

Wanneer verdwijnt het nulurencontract?
Op 1 januari 2028. Dan gaan de regels van de Wet meer zekerheid flexwerkers voor oproepwerk en tijdelijke contracten in (Staatsblad 2026, 206). Een lopend oproepcontract wordt op die dag een bandbreedtecontract, behalve bij jongeren onder de 18, scholieren, studenten en AOW-gerechtigden die gemiddeld hooguit 16 uur per week werken.
Is een oproepcontract vanaf 2028 nog toegestaan?
Alleen voor jongeren onder de 18, scholieren, studenten en AOW-gerechtigden die gemiddeld hooguit 16 uur per week voor je werken (artikel 7:628ac BW). Met alle anderen spreek je een vast aantal uren af, of een minimum en een maximum.
Hoeveel mag het maximum boven het minimum liggen?
Hooguit 30 procent. Het maximum is ten hoogste 130 procent van het minimum, per periode van hooguit een kwartaal (artikel 7:628ab BW). Bij een minimum van 10 uur is het maximum dus hooguit 13 uur.
Wat gebeurt er met mijn huidige oproepkrachten?
Op 1 januari 2028 wordt hun oproepcontract vanzelf een bandbreedtecontract, tenzij ze onder de uitzondering vallen. Het minimum is het gemiddelde aantal uren dat ze in de twaalf maanden daarvoor werkten. Twaalf maanden later doe je ze voor het eerst een aanbod voor een vast aantal uren (artikel 228 Overgangswet nieuw BW).
Mag een seizoenskracht elk jaar terugkomen op een tijdelijk contract?
Na drie tijdelijke contracten moet er straks drie jaar tussen zitten voordat je iemand weer tijdelijk aanneemt; nu is dat zes maanden. Voor scholieren en studenten die gemiddeld hooguit 16 uur per week werken, blijft het zes maanden. Tijdelijke contracten die je vóór 1 januari 2028 sluit, vallen onder de oude regels. Kijk ook wat je cao zegt over seizoenswerk.

Bronnen

  1. Staatsblad 2026, 205, Wet meer zekerheid flexwerkers
  2. Staatsblad 2026, 206, inwerkingtreding Wet meer zekerheid flexwerkers
  3. Eerste Kamer, wetsvoorstel 36746 Wet meer zekerheid flexwerkers
  4. Rijksoverheid, meer zekerheid voor mensen met een flexcontract (7 juli 2026)

Alle blogs